Justitie doorzocht zonder wettelijke grondslag telefoon van vreemdeling

0
1

Justitie heeft een telefoon ontgrendeld en doorzocht van een vreemdeling die in bewaring was gesteld, zonder dat hier toereikende wettelijke grondslag voor was. Dat oordeelt de Raad van State.

De zaak draait om een Mongoolse vrouw die in vreemdelingenbewaring was gesteld, schrijft de Raad van State. Een ambtenaar van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel hoopte op haar telefoon foto’s van identiteitsdocumenten te vinden, zodat hij meer informatie kon krijgen over haar identiteit. De vrouw gaf echter geen toestemming voor het ontgrendelen van de telefoon. De ambtenaar hield daarop de telefoon voor haar gezicht, zodat deze alsnog ontgrendelde. Vervolgens heeft de werknemer handmatig de telefoon doorzocht.

Volgens demissionair staatssecretaris Van der Burg van Justitie en Veiligheid hebben ambtenaren onder artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000 de bevoegdheid om zonder toestemming ‘zaken’ te doorzoeken. In een memorie van toelichting werd ten tijde van het opstellen van de wet duidelijk gemaakt dat die ‘zaken’ ook een mobiele telefoon kunnen betreffen. “Maar in mobiele telefoons staan tegenwoordig veel meer persoonsgegevens dan toen de wettelijke bepaling in 2012 werd ingevoerd”, vindt de Raad van State. “Het gaat daarbij vandaag de dag niet alleen meer om telefoonnummers en berichten van contactpersonen, maar om een vergaande inkijk in iemands privéleven, zoals browsergeschiedenis, locatie- en routegegevens, foto’s en video’s, financiële gegevens en ook medische gegevens.”

De Raad van State oordeelt daarom dat artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000 niet volstaat als wettelijke grondslag voor het zonder toestemming doorzoeken van telefoons. Bovendien biedt het artikel onvoldoende bescherming tegen willekeurig optreden, vindt de Raad van State, omdat er niet wordt voorgeschreven in welke omstandigheden en onder welke voorwaarden een telefoon mag worden doorzocht. De toepassing van de bepaling is daarmee niet voldoende voorspelbaar. Daardoor voldoet ze niet aan de eisen van duidelijkheid en nauwkeurigheid die de AVG en de rechtspraak van het EHRM stellen aan een grondslag voor verregaande gegevensverwerking.

“Als de wetgever het mogelijk wil maken dat mobiele telefoons van vreemdelingen die in bewaring zijn gesteld zonder hun toestemming worden onderzocht, dan zal hij de huidige, beperkte wettelijke grondslag van artikel 59 van de Vreemdelingenwet nader moeten uitwerken”, concludeert de Raad van State. De overheid kan dat doen in de Vreemdelingenwet zelf of in de regelgeving die op deze wet gebaseerd is.