Wat maakte de allereerste iPhone zo revolutionair?

0
61

De originele iPhone was een buitenbeentje

Toen de iPhone in 2007 werd uitgebracht was er al sprake van een behoorlijk ‘establishment’ van telefoonmakers. Er was een breed aanbod van smartphones: je had diverse Windows Mobile-toestellen van HP, Acer, BenQ-Siemens, i-mate, QTEK en merken die we al lang zijn vergeten. Voor de liefhebbers was er de Palm Treo. Sony-Ericsson maakte al jarenlang smartphones (waaronder de karakteristieke lichtblauwe P800 uit 2002) en de Nokia Communicator had een behoorlijke schare fans. Wie geen smartphone wilde, kocht een goedkope Nokia. Zo simpel was de markt verdeeld onder de gevestigde partijen.

Het is daarom wel te begrijpen dat telefoonmakers uit die tijd sceptisch reageerden op de geruchten dat ook Apple een telefoon wilde gaan maken. Wat kon Apple daar als nieuwkomer nog aan toevoegen? Wonder boven wonder lukte het Apple om met de allereerste iPhone een smartphone te maken die iedereen versteld deed staan en de basis legde voor Apple’s enorme marktwaarde van vandaag. Het was technisch gezien niet de meest geavanceerde smartphone. Maar Apple wist bij gebruikers toch de juiste snaar te raken.

In 2007 werd de markt gedomineerd door Blackberry: je kon op het toetsenbord gemakkelijk berichtjes tikken en met push e-mail bleef je altijd op de hoogte. Vanwege de trage dataverbindingen werden mobiele browsers nog niet veel gebruikt en omdat de camera vrij slecht was (of helemaal ontbrak) gebruikte je de smartphones uit die tijd ook niet om foto’s te maken. Wel waren apps zoals agenda, adresboek en takenlijsten populair. Er waren al smartphones met touchscreen, maar die moesten met een pennetje worden bediend.

Wat Apple daar als vernieuwingen aan toevoegde? Dat lees je hieronder!

#1 Schermtoetsenbord
Smartphones hadden destijds een hardware-toetsenbordje waarop je lekker snel teksten kon tikken. Een schermtoetsenbord leek onwerkbaar in de ogen van gebruikers. Maar dankzij tekstvoorspelling en autocorrectie bleek Apple’s schermtoetsenbord toch een schot in de roos.

#2 Capacitief scherm met multi-touch
Vegen om te ontgrendelen, het was iets compleet nieuws. En het in- en uitzoomen op foto’s gaf bij gebruikers meteen een wow-effect. Dit waren ze niet gewend.

De plastic touchscreens uit die tijd voelden goedkoop aan en reageerden slecht op aanraking. Het scherm van de iPhone was niet alleen gigantisch voor die tijd, maar was ook nog eens superscherp en met je vingers te bedienen. Het uitgangspunt was niet om een telefoon te maken die gemakkelijk te produceren is, maar een telefoon die intuïtief en simpel te gebruiken is. Steve Jobs gaf de designers voorrang op de engineers en juist dat heeft ervoor gezorgd dat de iPhone een revolutionair toestel werd.

#3 Glas en aluminium
Terwijl fabrikanten gewend waren om hun smartphones van plastic te maken, koos Apple voor iets heel anders: een glazen scherm en een aluminium behuizing waardoor het toestel er luxer uit zag. Ook bijzonder: hij oogde minimalistisch, omdat er maar één knop onder het scherm aanwezig was.

#4 Safari browser
De mobiele browser op de iPhone was de eerste die je daadwerkelijk kon gebruiken. Het moest eruit zien als een desktopbrowser en dankzij webapps zouden talloze toepassingen mogelijk zijn. Steve Jobs wilde geen App Store, maar kwam daar een jaar later alweer op terug. Zo handig waren die webapps toch ook weer niet.

De allereerste smartphone was IBM’s Simon, die in 1994 op de markt verscheen. Deze had een aanraakscherm en bevatte enkele simpele apps zoals een todo-lijst, klok, e-mail en een fax-app. Hij kostte $1100 en woog rond de 500 gram. De bediening was niet erg intuïtief.

#5 Geen provider-bemoeienis
Op het moment dat de eerste iPhone verscheen hadden (vooral in de VS) de providers nog een stevige greep op de markt. Fabrikanten moesten speciale telefoons met providerlogo maken en reclame-apps meeleveren, waar gebruikers niet op zaten te wachten. Apple sloot weliswaar een exclusief contract met AT&T, maar de macht lag duidelijk bij Apple. Providers zijn sindsdien steeds verder naar de achtergrond verdwenen en zijn voor veel mensen niet meer dan een datapijp.

#6 Muziek en films
Apple had al een formidabele reputatie opgebouwd met de iPod als muziekspeler. Het was dan ook het eerste apparaat dat Steve Jobs noemde in zijn opsomming: “An iPod, a phone, and an internet communicator”. De iPhone was meer dan een apparaat om e-mail op te typen, je kon ook genieten van muziek en entertainment. De iPhone liftte mee op het al bestaande succes van de iPod.

De iPhone was ook de eerste smartphone die voor een doorbraak in mobiele video’s zorgde, door de YouTube-app standaard mee te leveren. De dataverbinding was weliswaar niet zo snel, maar je kon de video’s streamen via wifi.

#7 Internet op zak
Tegenwoordig zijn we vastgeplakt aan ons scherm en kijk je even op Google of Wikipedia als je het antwoord zoekt op een brandende vraag. We lezen nieuws, bekijken onze sociale feeds en kijken filmpjes. Voordat de iPhone kwam gebruikten de meeste mensen een desktopcomputer om te internetten. Voor mensen in opkomende landen is de smartphone het eerste en enige apparaat waarmee ze internetten. Dankzij smartphones hebben meer mensen dan ooit toegang tot internet.


Een groepsfoto van de oorspronkelijke iPhone-designers.

#8 Altijd een camera op zak
De originele iPhone had een matige 2 megapixel camera aan de achterkant. Selfies waren nog niet uitgevonden en videofilmen was nog niet mogelijk. Toch was het een enorme sprong vooruit in vergelijking met de 0,3 megapixel camera’s die je in andere smartphones vond. De iPhone groeide al snel uit tot de populairste camera op Flickr, destijds de meest toonaangevende plek om je foto’s te stallen.

Ondertussen is Apple afgehaakt in de megapixel-race en is al jarenlang op 12 megapixels blijven steken. Maar we kregen elk jaar wel steeds meer, zoals telefoto- en macrolenzen, nachtfotografie en professioneel ogende filmfuncties.


Een beeld uit de originele iPhone-reclamespot, waarin duidelijk werd gemaakt hoe antiek de telefoons van die tijd waren.

#9 Sensoren
De iPhone was de eerste smartphone met een versnellingsmeter (accelerometer). Daarmee kon het beeld automatisch meedraaien van staande naar liggende weergave. Het beeld klopt daardoor altijd, ongeacht hoe je de iPhone vasthoudt.

Een andere vernieuwing in de eerste iPhone was de nabijheidssensor, die ervoor zorgt dat het scherm tijdens telefoongesprekken wordt uitgeschakeld zodat je niet per ongeluk knoppen kunt indrukken. En er zat een sensor voor omgevingslicht in die ervoor zorgt dat de helderheid van het scherm wordt aangepast aan je omgeving. Het zit nog steeds in de huidige iPhones.

#10 Visual Voicemail
De iPhone betekende voor veel mensen de eerste kennismaking met Visual Voicemail, waarbij je ingesproken berichten niet meer in een vaste volgorde hoeft te beluisteren. Met Visual Voicemail verschijnen de ingesproken meldingen als spraakmemo’s, die je naar wens kunt wissen of bewaren.

Er zijn natuurlijk nog wel meer factoren die van de iPhone een succes hebben gemaakt, zoals het besturingssysteem iOS (destijds iPhoneOS).

Joanna Stern van de Wall Street Journal maakte een documentaire over de allereerste iPhone en sprak met enkele kopstukken van Apple die erbij betrokken waren:

Dit had de eerste iPhone niet

In veel opzichten schoot de eerste iPhone tekort in vergelijking met bestaande smartphones. En hij was ook nog eens heel erg duur. Apple blijkt achteraf de juiste keuzes te hebben gemaakt, waardoor de iPhone is uitgegroeid tot dé smartphone waar alle andere fabrikanten de kunst bij afkijken. Op de volgende punten liep de iPhone niet voorop. Dit ontbrak er zoal in de allereerste iPhone:

  • Geen 3G. Er waren al wel smartphones met 3G (UMTS), maar bij de eerste iPhone was je aangewezen op het veel tragere GPRS.
  • Verwisselbare batterij. Dit gaf Apple de mogelijkheid om een veel slanker toestel te bouwen, terwijl verwisselbare batterijen destijds de norm waren. Als je batterij slecht werd, kocht je een nieuwe.
  • Geheugenkaartslot: Veel smartphones hadden destijds een geheugenkaartslot voor externe opslag. Apple koos er bewust niet voor, waardoor je je opslag later niet meer kunt uitbreiden. Dit is tot de dag van vandaag het geval, al heeft cloudopslag veel van de nadelen opgelost.
  • Flash-support. Een bewuste keuze van Steve Jobs. Flash was dé standaard voor animaties, maar Apple wilde het niet ondersteunen. Onder andere omdat het te onveilig was.
  • App Store. Steve Jobs had hoge verwachtingen van webapps, maar zowel ontwikkelaars als gebruikers zagen het niet zitten. Uiteindelijk kwamen er toch apps met een bijbehorende App Store.
  • Knippen en plakken. Sommige basisfuncties waren niet aanwezig op de eerste iPhone en werden pas in een veel later stadium toegevoegd. “We hadden niet genoeg tijd om het goed te doen”, verklaarde engineer Ken Kocienda later.